Familieboek Bosma

Hoofdstuk 3

De Friese klokken in het bezit van de familie Bosma

 

Beeldmateriaal

Er zijn vier Friese klokken in het bezit van de familie. Het be­treft:

1. De Bosma-Windstra staartklok 1.
2. De Bosma-Windstra staartklok 2.
3. De Bosma-Wijma staartklok ('Salomo').
4. De Bosma-Wijma stoeltjesklok.

Ad 1. De Bosma-Windstra staartklok 1.

Zoals eerder in dit boek al vermeld werd, trouwde Johannes Liebbes Bosma ('pake Johannes') op 16 mei 1868 met Baukje Klazes van der Lei ('beppe Baukje'). Hij was toen 34 jaar oud, zij was 28 jaar oud. Johannes was een zoon van Libbe Andries Bosma en Sybrigje Johannes Wind­stra. Zij lieten het boerderijtje in de buorren van Eastermar bouwen, het huidige adres E.M. Beimastrjitte 61.

Johannes' moeder was anderhalf jaar daarvoor overleden, op 18 januari 1867, 79 jaar oud. Zijn vader Liebbe was al veel eerder over­leden, op 29 mei 1850, 58 jaar oud. De Friese staart­klok die dus vanouds bij 'Hanne-en-Baaie' in het huis in de buor­ren hing (en later bij haar en haar zoon Liebbe op het Heechsân) kwam dus uit de erfenis van zijn moeder: binnen de familie werd ook altijd verteld dat de klok oor­spronke­lijk uit de Wind­stra-familie kwam.

De klok heeft een donkerrode kast en heeft op de top drie glazen bollen, die met goudverf beschilderd zijn. De wijzerplaat is beschilderd met een landschappelij­ke voorstelling. De klok is uitgevoerd met een wekker. Achter op de wijzer­plaat staat het jaartal 1813 of 1814.

De klok kwam door vererving via de oudste zoon van Johannes en Baukje, Liebbe, in het bezit van diens dochter Dettje van der Veen-Bosma. De klok is nu in het bezit van haar jongste zoon, Karst van der Veen te Grijp­skerk. Het ligt in de bedoeling dat zijn dochter Boukje t.z.t. de klok zal erven.

Dettje (zij overleed op 18 oktober 1970 te Surhuizum) bepaalde dat via haar codicil (1), waarvan het begin als volgt luidt:

          'Van mem aan de kinderen.

Als ik het tijdelijke met het eeuwige heb verwisselt dan is mijn wens en Bede dat je dan niet over de stoffelijke dingen ruzie krijgt en daarom schrijf ik het eventjes op papier wat mijn wens was. En dan geef ik Karst de klok, de Friese, want die heeft niets meegekregen uit huis, daar ik het toen niet kon doen toen Heit overleden was, en Karst je hebt me ook nooit om iets gevraagdt, dat ik zeer op prijs stel van je. En ik hoop Karst dat je er nog veel plezier van moogt hebben want zooals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. En als jij er niet meer bent zou ik graag willen dat de klok dan weer over gaat naar de oude stam naar Boukje.'

Ad 2. De Bosma-Windstra staartklok 2.

Binnen de familie wordt verteld dat Beppe Baukje eind 19e eeuw ook in het bezit kwam van de klok die later bij haar zoon Klaas en zijn vrouw Sjoukje Douwes kwam te hangen, en die daarna bij hun oudste dochter Trijntje een plaats aan de wand kreeg. Zij erfde immers na het overlijden van vader Klaas in 1958 de inboedel. Vermoedelijk kregen Klaas en Sjoukje de klok mee bij hun huwelijk in 1906. De klok was afkomstig van de 'âldfeint Windstra'.

Sy­brigje Warte­na-Toon­stra (2) te Grou wist zich te herin­neren dat haar moeder Trijntje Bosma (zuster van pake Johannes) deze klok ook graag wou hebben:

'Mar Bai-muoi bedondere ús mem doe mei de klok, dy't kaam fan de âldfeint Wind­stra by it Jacht­fjild. Mem woe dy graech haw, mar Bai palme dy klok yn, hear, hoewol hja sels al ien hie.'

Deze 'aldfeint Windstra' was een oom van Pake Johannes, de ongetrouwde Alle Johannes Windstra, de broer van zijn moeder Sybrigje Johannes Windstra. Alle overleed op 27 februari 1888 in Surhuizum oud 85 jaar. Van hem is verder weinig bekend, behalve dat hij een tijd lang de Afscheiding van 1836 was toegedaan. Uit de betreffende kerkeboeken blijkt dat Alle in 1869 van het lidmaatschap van dit kerkgenootschap vervallen werd verklaard. (3) Hoe Beppe Baukje de klok van haar zwager 'inpalmde'- dat zal dan rond 1888 geweest zijn blijft verder onduidelijk. Het woord 'inpalmen' doet denken aan 'aftroggelen' nog bij Alle's leven. Maar mogelijk kwan de klok op een boelgoed onder de hamer, en kon Trijntje niet op tegen het bod van haar schoonzuster Baukje, die als kleine boerin waar­schijn­lijk net iets kapi­taal­krach­tiger was. Het ligt voor de hand dat beide vrouwen het bezit van de klok op prijs stelden vanwege de familie­rela­tie. Hoe dan ook, voor elk van haar 2 zoons had Baukje nu een klok in huis!

De naam van de maker staat achterop de wij­zer­plaat. De kast is in donkerbruin hout uitgevoerd, en heeft - net als de Bosma-Wind­straklok 1 - op de top drie glazen bollen, die met goudverf be­schil­derd zijn. De wijzerplaat is beschilderd met een landschaps­voor­stelling. De klok bezit een wekker, maar de bijbehorende gewicht­jes en ketting ontbreken. Bij de klok hoort een blauw kleedje met wit borduurwerk, zonder tekst.

De klok is na de dood van Trijntje (op 31 janua­ri 1996) via testa­mentaire beschikking in het bezit gekomen van Johan­nes Bosma, de zoon van haar broer Libbe. Johannes verkocht deze klok in septem­ber 1998 aan zijn broer Elle Bosma.

Ad 3. De Bosma-Wijma staartklok ('Salomo').

Deze klok werd door pake Elle Lammerts Wijma , klokmaker te Easter­mar, gekocht van een handelaar, omdat hij de klok erg mooi vond en in de eigen huiskamer een plaats wilde geven. De klok heeft altijd in de achter woonkamer gehangen, tegen de buiten zijmuur, naast de bedstee. De aankoop vond vermoedelijk plaats tussen 1920 en 1930.

De klok wordt 'Salo­mo-klok' genoemd naar de voorstelling van de Recht­spraak van koning Salomo (1 Koningen 3:16-28) geschilderd op het bovenste deel van de wijzerplaat, deels in beweging gebracht door een mechaniek dat werkt op de slinger van de klok: koning Salomo zwaait met zijn scepter en een lijfwacht zwaait met het zwaard, klaar om het kind dat hij met zijn rech­terhand heen en weer beweegt, door midden te snijden. De werke­lijke moeder beweegt een zakdoek langs haar gezicht.

De klok heeft een zgn. dubbele kop, waarvan de glaspaneeltjes beschil­derd zijn met land­schapvoor­stellingen. Bovenop de kop staat de figuur van Atlas die de we­reldbol draagt, aan weerszijden geflankeerd door twee enge­len. De klok slaat met een dubbel slag­werk (veer en bel) en kent naast uur- en halfuurslag ook een kwartierslag. Datumaanduiding is eveneens aanwezig. De kleur van de kast is donkerrood mahonie­hout. Bij de klok hoort een wit kleedje met borduurwerk. Aan beide kanten staat de tekst: 'Het onrust van den tyt rust nimmer'.

De klok vererfde na pake Elle's dood in 1956 aan zijn dochter Aaltje Bosma-Wijma, en na haar dood op 31 oktober 1997 aan haar zoon Elle Bosma. Deze had de klok feite­lijk al in zijn bezit gekregen in 1993, toen zijn ouders van het adres Toren­straat 115 naar het adres De Warande 109 in Drachten verhuisden, een veel kleinere woning. Ruimtegebrek was dus de oorzaak van deze beslis­sing.

Op de wijzerplaat staat de naam van de maker: D.J. Tasma, Grouw, en het jaartal 1824. Douwe Jelles Tasma (4) was uurwerkmaker te Grou. Van hem hangt o.a. werk in het Fries Museum (gangklok, 1807) en op Harinxma-State te Beetster­zwaag (tafelklok­je).

In Frederiksoord in Drenthe bevindt zich een klokkenmuseum. De heer G.L. Tasma, wonende in Gorredijk, is klokkenmaker en eigenaar van dit mu­seum. Bij een bezoek (5) vertel­de hij dat zijn voorvader Douwe Jelles Tasma leefde van 1754 tot 1850, en dus 96 jaar oud werd. Hij maakte de Salomoklok dus op 70-jarige leef­tijd, wellicht geholpen door zijn personeel, want in zijn klokma­kersbe­drijf had hij zo'n 12-20 mensen in dienst. Douwe had drie zoons, die allen klokmaker waren. Het waren Jelle, gebo­ren in 1789, die eerst ook in Grouw werkte, Johannes, die in 1824 in Dokkum werkte (hij had o.m. een zoon Douwe Johannes Tasma, even­eens klokmaker te Dokkum) en Luitsen. Deze werkte in 1824 in Leeuwarden, en later in Gorre­dijk. De eigenaar van het museum, G.L. Tasma, stamt van hem af. Niemand van de Tasma's keerde terug naar Grouw.

Ad 4. De Bosma-Wijma stoeltjesklok.

Deze klok werd als kado door pake Elle Lammerts Wijma en zijn vrouw Wietske Pieters Hamstra aan hun dochter Aaltje gegeven ter gelegenheid van haar huwe­lijk op 13 juli 1939 met Libbe Bosma. De klok is in de hoofdkleuren rood en goud uitge­voerd, heeft een wekker en kent datumaan­duiding. Boven de wijzer­plaat is aan weers­zijden van de Maanfase-aanduiding een molen geschilderd, waarvan de wieken draaien als de klok (op heel- en halfuur) zijn bel laat horen. Bij de klok hoort een wit kleed­je met borduurwerk, zonder tekst.

De klok vererfde na de dood van Aaltje op 31 oktober 1997 aan haar jongste dochter Elske Bosma. Aaltje had altijd al gewild dat de Wijma-klokken naar Elle en Elske zouden gaan. Zij en haar man besloten dat de andere vier kinderen dan nieuwgemaakte Friese klokken toekwamen. Op die manier kregen Johan­nes, Wietske en Sjoukje al eerder een nieuwe stoeltjesklok kado, en Klaas (in Canada) een zgn. 'skip­per­ke'.

-----

NOTEN

(1) Codicil in bezit van dhr. Karst van de Veen te Grijpskerk, in kopie (gedeeltelijk) in Familie-archief Bosma.

(2) Info van de 91-ja­rige mevrouw Sybrigje Warte­na-Toonstra te Grouw, doch­ter van Trijntje Bosma (1826-1916), de zuster van Pake Johannes. Trijntje Bosma (1907-1996) en haar neef Elle Bosma brach­ten haar op 19 augustus 1964 een be­zoek.

(3) Artikel in Nieuwsblad van Noor-Oost Friesland dd. 22 oktober 1980

(4) Zie o.a. Encyclope­die van Friesland. Voor meer informatie wordt daar verwezen naar Ottema, Geschiedenis van de Uurwerkma­kerskunst.

(5) Dit bezoek door Elle Bosma vond plaats op 26 augustus 1998.