Familieboek Bosma

    Hoofdstuk 4

                   De Familiegraven Bosma op het kerkhof te Eastermar

  Beeldmateriaal

                      

1. Algemeen

Op het kerkhof van Eastermar bevindt zich het familiegraf Bosma met drie graven. Deze graven zijn zeker sedert de tweede helft van de 19e eeuw in het bezit van de familie, maar waarschijnlijk al eerder.

Uit het oude grafregister van 1870 van de Kerkvoogdij van de Nederlands Hervorm­de Gemeente te Eastermar blijkt, dat de graven nrs. 37 t/m 48 in rij VXII toen geregistreerd stonden op naam van de 'Erven Sjoerd Andries van der Veer'.

In de nummers 44 t/m 46 van deze serie graven zijn sindsdien ter aarde besteld:

nr. 44      8 april    1871      Oebele Andries van der Veer
             14 febr.   1874       kind van Klaas Bulthuis
             17 okt.    1889       Elizabeth Windstra
             11 okt.    1939       Sjoukje Johannes Douwes
             24 jan.     1958       Klaas Johannes Bosma
               5 febr.    1996       Trijntje Bosma

 

nr. 45    20 okt.    1879       Riemkje F. van Ruiten
               6 april    1897       Janne J. v.d. Bij
             27 febr.   1954       Liebbe Johannes Bosma
               4 nov.    1997       Aaltje Wijma

 

nr. 46     4 april    1882        Johannes Liebbes Bosma
            27 april    1926        Baukje Klazes van der Lei
            16 jan.     1965        Jantje Postma
              3 aug.    1993        Libbe Bosma

Begraafregisters van vóór 1870 ontbreken. Het is echter zeer waarschijnlijk dat ook de ouders van Johannes Liebbes Bosma (graf nr. 46), nl. Liebbe Andries Bosma (overleden in 1850) en Sybrigje Windstra (overleden in 1867), in deze graven ter aarde besteld zijn.

De drie graven met de nummers 44 t/m 46 zijn nog steeds familie be­zit. Nummer 44 staat nu op naam van Johannes Bosma (1943), wonende te Hoogezand. Hij verkreeg dit recht door over­dracht van zijn tante Trijntje Bosma, de zuster van zijn vader Libbe Bosma, beide kinderen van Klaas Johannes Bosma en Sjoukje Johannes Douwes.

De nummers 45 en 46 staan nu op naam van Elle Bosma (1940), wonen­de te Nieuw-Vennep. Deze graven werden in 1969 aan hem overgedra­gen door Dettje van der Veen-Bosma, dochter van Liebbe Johannes Bosma en Janna van der Bij. Elle Bosma en zijn gezin zijn tevens lid van de Begrafenis­vereni­ging 'De Laatste Eer' te Eastermar.

Voor Sjoukje Johannes Douwes werd na haar overlijden in 1939 geen steen geplaatst. Pas na het overlijden van haar man Klaas in 1958 liet dochter Trijntje een steen voor beiden plaatsen. In 1953, in het jaar van het overlijden van haar vader Liebbe Johannes Bosma, liet zijn dochter Dettje een steen voor hem plaatsen.

De broers Elle en Johannes Bosma dragen gezamenlijk zorg voor het onderhoud van de gra­ven. In 1997 werd voor Johannes Liebbes Bosma en Baukje Klazes van der Lei, die na hun dood geen grafsteen kregen, alsnog een liggende steen geplaatst. In 1999 kwam op het middel­ste graf een steen te liggen met de tekst: Fami­liegraf Bosma.

In datzelfde jaar werd ook een laag hekwerk (in zwart en zilver) om de drie graven gezet, eigenhandig gemaakt en ge­plaatst door Johannes Bosma. Op 28 okto­ber 2000 werd in het mid­delste graf een urnenkel­der met ruimte voor 10 urnen aangebracht, eveneens eigen­handig gemaakt en ge­plaatst door Johannes Bosma. Hulp hierbij werd gebo­den door de beheer­der van het kerk­hof, de heer Hofstede, en twee zoons van Johannes, Jille en Ken­neth.

In 2001 sloten de broers een overeenkomst over de urnenkelder, met het oog op het gezamenlijk gebruik daarvan door de toekomstige generatie(s). Hun kinderen zijn in het bezit van een kopie van die overeenkomst.

2. Geschiedenis van de familiegraven.

Gewoonte en recht willen dat grafrechten bij voorkeur binnen de familie worden overgedragen. De verwantschap tussen de 'Erven Sjoerd Andries van der Veer'en de familie Bosma loopt via de families Atsma en Windstra, zoals duidelijk wordt uit onderstaand schema:

Sjoerd Atzes (VAN DER VEER)
tr. 1741
Maaike Andries (ATSMA)

Dit echtpaar heeft als kind o.m.:

          Andries Sjoerds van der Veer (1746-1841)

Deze Andries heeft een zoon Sjoerd Andries van der Veer

(1761-1862). Diens erfgenamen zijn de in het Grafregis­ter bedoelde 'Erven Sjoerd Andries van der Veer'.

Andries heeft ook een zoon Oebele Andries van der Veer (op 8 april 1871 begraven in nr. 44) die getrouwd was met Riemkje F. van Ruiten (op 20 oktober 1879 begraven in nr. 45). Het 'kind van Klaas Bulthuis' is hun kleindoch­ter: Jantje, oud 11 maanden, dochtertje van Klaas Bult­huis en Baukje Oebeles van der Veer.

Bovenstaande Maaike Andries (ATSMA) had een broer Atze Andries (ATSMA) . Deze Atze had een zoon Dirk Atzes Atsma (1767-1845).

De dochter van deze Dirk, Antje Dirks Atsma (1796-1867) trouwde met Freerk Johannes Wind­stra . Hun dochter Eliza­beth Freerks Windstra werd op 17 oktober 1889 begraven in nr. 44.

Freerk Johannes Windstra had een zuster Sybrig­je Johan­nes Windstra (1789-1869). Zij trouwde in 1822 met Liebbe An­dries Bosma (1791-1850).

Hun zoon Johannes Liebbes Bosma (1832-1882) werd op 4 april 1882 begraven in nr. 46. In dit graf werd op 27 april 1926 ook zijn vrouw Bauk­je Klazes van der Lei (1840-1926) ter aarde besteld. Daarna vonden hun zoons Liebbe Johannes Bosma (met zijn echtgenotes Janne J. van der Bij en Jantje S. Postma ) en Klaas Johannes Bosma (met zijn echtgenote Sjoukje Johannes Douwes ) een laatste rustplaats in deze graven, evenals Libbe Bosma (met zijn vrouw Aaltje Wijma ) en zijn zuster Trijntje Bosma , beide kinderen van Klaas Bosma en Sjoukje Douwes.

3. Overige familiegraven

A.       Graven van de familie Anne Okkers Bosma.

De broers Anne Okkers Bosma (1817-1892) en Jacob Okkers Bosma (1820-1887) zijn de twee jong­ste kinderen van Okker Klazes Bosma (getrouwd met Froukje Annes Herder), de broer van Andries Klazes Bosma (getrouwd met Elske Liebbes). Deze laatste was de vader van bovenvermelde Liebbe Andries Bosma, die trouwde met Sybrigje Johannes Windstra.

Anne was getrouwd met Ytje Alberts van der Veen. Het echtpaar had geen kinderen. Jacob was ongetrouwd. De broers hadden een o.m. een nichtje Froukje Klazes Bosma (1832-1894), kind van hun broer Klaas Okkers Bosma. Zij was getrouwd met Durk Roels Klopstra.

In het Grafregister 1870 staan als eigendom geregis­treerd van Anne Okkers Bosma de graven nrs. 32 t/m 35 in rij XXVIII.

In deze graven zijn ter aarde besteld:

nr.32     5 maart     1894       Froukje K. Bosma
           11 jan.        1905       kind van K. Klopstra
           29 dec.       1943       Klaas D. Klopstra

nr.33     2 jan.        1893        Anne O.Bosma

nr.34

nr.35     3 febr.      1881         Rypke Tj. Atsma
             8 jan.       1887         Jacob O. Bosma

 

B.       Graven van de familie Toonstra-Bosma.

In het Grafregister 1870 staan als eigendom geregis­treerd van 'Oeds Tjipke Toonstra Erven' de graven nrs. 10 t/m 20 in rij IX.

In deze graven zijn ter aarde besteld:

nr.14    15 mei     1916        Trijntje L. Bosma
              .....      ...........       Berend O. Toonstra

Trijntje Liebbes Bosma was de zuster van Johannes Liebbes Bosma, de vader van Liebbe Johannes Bosma (1869-1953) en Klaas Johannes Bosma (1875-1958).

 

C.       Graven van de familie Mattheus Bosma.

Bij de herziening van het Grafregister in december 1945 wordt als rechtheb­bende op de graven nrs. 45, 46 en 47 in rij 18 geregis­treerd Mattheus Bosma. Op 30 augustus 1945 werd zijn vrouw Teatske Bosma-Bosma in graf 47 begraven. Op 26 september 1959 (toen hij al met zijn tweede vrouw Jantje Helmus en gezin in de VS woonde) wordt geregis­treerd dat hij deze graven heeft overge­dragen aan Ruurd van der Lei.

4. Kerk, klok en toren.

Oorspronkelijk hing er geen luidklok in de 13e eeuwse toren. Op het kerkhof stond vanouds een klokkenstoel, waarin twee klokken hingen. In 1764 moest dit klokhuis worden vernieuwd, en in 1791 opnieuw. In de Leeuwarder Courant van 19 februari van dat jaar was te lezen dat 'de Secretaris Jetze van Sminia op Woensdag den 2 Maart 1791 's namiddags te één uur, ten huize van Jan Michiels, Castelein te Ooster­meer, aan de minst aannemende bij strijkgeld zal besteden het afbreken van een oud en het in plaats bouwen van een nieuw klokhuis te Ooster­meer, waarvan bestek en teekening te zien zijn bij Teunis Thomas, Eekmolenaar te Bergumerdam'. Het werk werd op 16 maart 1791 beschreven met 666 Caroli Guldens.

In 1835 was de klokkenstoel echter opnieuw bouwvallig, waarop de kervoogden besloten het voorgoed te verwijderen. De beide oude klokken werden verkocht en één nieuwe klok werd aangekocht bij de fa. van Bergen. De klok werd in de toren gehangen aan een nieuw aangebrachte bint, en ook werden er galmgaten in de toren gemaakt. De klok had een doorsnee van 1 meter en een gewicht van 627 kilo. Het opschrift luidde:

Oostermeer anno 1835
Vergoten toen
W.G. Reitsma, A.J. v.d. Slee, N.
Reeling kerkvoogden
waren en A. Weremeus Buning
Predikant.
Door A.H. van Bergen en Zoon
1R te Midwolde (a)

De oude klok vermeldde dus een familienaam: Andries Jacobs van der Slee (1766-1838). Zijn vader, Jacob Andries van der Slee, nam in 1811 de familienaam 'van Slee' aan, die later als 'van der Slee' in de akten van de Burgerlijke Stand geschreven werd. Jacob was een broer van Claas Andries, wiens nakomelingen in 1811 de fami­lienaam Bosma aannamen. In de Genealogie Bosma en in de Korte Kronieken Bosma zijn over hen meer bijzonderheden te vinden.

De klok van 1835 werd in 1943 door de Duitse bezetter meegeno­men naar Hamburg. Pas in 1997 kwam er opnieuw een klok in de toren te hangen, die werd aangekocht bij de restauratie van de toren in 1997. Hij werd gekeurd en aanbevolen door de fa. Laudy & Pompstra uit Finsterwolde.

De klok is afkomstig van de linkertoren van de buiten gebruik gestelde Rooms-Katholieke Heilig Hart Kerk aan de Cleverpark­straat in Haarlem-Noord. De klok heeft een zgn. 'opgego­ten' kroon en is in 1949 gegoten door klokgieterij Petit & Fritsen in Aarle-Rixtel. Hij heeft een doorsnee van 90 cm. en een gewicht van 450 kilo.

Op 14 november 1997 werd de klok in gebruik gesteld, en liet zijn stem voor het eerst horen. De nieuw gemaakte klepel had een vaste lengte. Daarmee kon men echter de klok niet goed afstemmen in de toon­soort gis, zodat hij goed zou passen bij het geluid van de kerkklokken in de nabijgelegen Hervormde Kerk. Deze klepel was op verzoek van de heer Laudy gemaakt door Johannes Bosma (1943), toendertijd leraar techniek aan het Centrum Vakopleiding te Win­schoten. Hij wist echter op dat moment niet dat de klepel bestemd was voor de klok in Eastermar.

De heer Laudy bracht de klepel opnieuw bij Johannes, die nu een oog aan de boven­kant van de klepel maakte, waar een leren riem doorheen gehaald werd. Op deze manier kon de klepel hoger of lager gehangen worden en kon de toon bijgesteld worden. Johan­nes, die inmiddels wist dat het om de klok in Eastermar ging, bracht nu onder op de klepel zijn naam, geboortedatum en het jaartal 1998 aan: J. Bosma 19-05-1943 1998. Opnieuw is de familie dus verbonden met de luidklok in de oude toren van Eastermar!